Vier misvattingen over online tekstbegrip

Welke leerling haalt de informatie voor zijn werkstuk tegenwoordig nog alleen uit boeken? Precies. Waarom wordt er dan op school zo weinig aandacht besteed aan het begrijpend lezen van online teksten?

Leerlingen oefenen volgens mij vooral met zogenaamde papieren teksten; keurig afgeronde tekstjes met een lineaire opbouw, een kop en een staart. Voor teksten op internet, die vaak juist geen lineaire opbouw hebben, is nauwelijks aandacht. Niet bij het vak begrijpend lezen, maar ook niet bij de andere schoolvakken. Dat is toch vreemd?

Ik ging maar eens een beetje rondvragen in mijn omgeving. Was ik de enige die dit niet begreep? Ik polste vooral mensen die niet in het onderwijs werken. Hun antwoorden verrasten mij. Het kwam erop neer dat apart aandacht geven aan online tekstbegrip in hun ogen nutteloos was.

Hmm…

Tijd om wat misvattingen recht te zetten.

MISVATTING 1.
‘Wie goed begrijpend kan lezen, kan dat ook op internet. Een tekst is immers een tekst.’

Helaas gaat deze vlieger niet op. Een leerling die op school goed is in begrijpend lezen is niet automatisch ook goed in online tekstbegrip. Je kunt offline en online teksten niet zomaar op één hoop gooien. Jeroen Clemens, onderzoeker en docent Nederlands in het voortgezet onderwijs, legt in zijn blog duidelijk uit wat het verschil is tussen online en offline teksten:

‘Online teksten (meestal hyperteksten) hebben andere kenmerken dan offline teksten; ze hebben een andere structuur, zijn niet lineair opgebouwd, zijn niet statisch maar veranderend, zijn vaak een cluster van teksten ipv een enkele tekst, hebben niet altijd een aanwijsbare auteur, etc.’

Dit alles maakt het voor een lezer lastig om het doel van een online tekst te achterhalen en om hoofdzaken van bijzaken te scheiden. Clemens doet op dit moment onderzoek naar online tekstbegrip in het VO. Ben benieuwd naar de resultaten.

MISVATTING 2.
‘De huidige generatie scholieren is opgegroeid met internet en heeft daarom geen probleem met online teksten.’

Dit is de hardnekkige mythe van de ‘digital native‘. Jongeren zouden anders met internet omgaan dan de oudere generaties die niet met internet zijn opgegroeid. Regelmatig blijkt uit onderzoek echter dat leerlingen wel handig zijn met de techniek (‘knoppenvaardig’), maar een stuk minder handig met de inhoud. Ze hebben hulp nodig bij het interpreteren van online informatie. Welke informatie is betrouwbaar? En hoe weet je dat?
Inmiddels is de mythe al zo vaak onderuitgehaald, dat het me verbaast dat hij nog steeds voortwoekert. Maar goed, voor wie nu nog steeds gelooft dat kinderen en jongeren zich vanzelf wel redden op internet: lees even deze blog van ‘X, Y of Einstein?’.

MISVATTING 3.
‘Via lessen mediawijsheid leren kinderen al genoeg over het omgaan met teksten op internet.’

Is dat echt waar? Bij mediawijsheid leren ze over de mogelijkheden en valkuilen van internet (en andere media). Maar hoe veel van die lessen gaan specifiek over het begrijpen en duiden van online teksten? Als er al sprake is van een geïntegreerd aanbod van mediawijsheid en tekstbegrip (bijvoorbeeld door een koppeling met begrijpend lezen), dan gebeurt dat volgens mij vooral door het duiden van nieuwsberichten in de krant. Ook weer papieren teksten.

Misvatting 4.
‘Misschien is het inderdaad nodig om online tekstbegrip te oefenen. Maar het is heel lastig om goede oefeningen te maken met teksten die steeds weer veranderen.’

Dat zal best. Maar ‘lastig’ is toch niet hetzelfde als ‘onmogelijk’? En trouwens, was dat nou juist niet de crux van mijn vraag, dat online teksten lastiger te ‘vangen’ zijn dan offline teksten?
Laat leerlingen voor mijn part oefenen met speciaal gemaakte nep websites. Of geef ze schrijfoefeningen waardoor ze de verschillen tussen online en offline teksten gaan inzien (‘Pas de tekst van je werkstuk zo aan, dat je er een website met verschillende, onderling samenhangende pagina’s mee kunt vullen.’)
Volgens mij kun je legio manieren bedenken om te oefenen met online tekstbegrip. Maar je moet het natuurlijk wel willen.

Ik ben heel benieuwd of er lesmateriaal bestaat dat specifiek online tekstbegrip behandelt. Ik hoopt het. Ken je een goed voorbeeld, dan hoor ik het graag.
En ik ben natuurlijk ook geïnteresseerd in andere opvattingen (misvattingen) over de zinloosheid van online tekstbegrip ;-).

Over de auteur

Cecile Bolwerk is educatief journalist. Ze ontwikkelt lesmateriaal, stelt kennisdossiers samen en schrijft teksten voor kinderen. Contact: 06 – 17 068 305 of e-mail.